Viering – Christus Koning

Viering – Christus Koning

Inleiding op het thema van de viering:

‘Koning zonder soldatenlaarzen’

  • U kent mij niet! Ja alleen vanuit de geschiedenisboekjes, maar daarin staat nog niet de helft verteld van wat ik allemaal heb klaargespeeld met duizenden van mijn onderdanen. Nero is mijn naam. Ik was hun keizer en dat hebben ze geweten! Rome is platgebrand; alle Christenen uitgemoord.
    Dat ik daarmee alle licht doofde was voor mij toen geen punt.
  • De meesten van U kennen mij gelukkig wel. Ik weet zeker dat ik altijd breeduit in de boeken zal blijven vermeld. Ik heb mijn naam voor altijd gevestigd! Miljoenen zijn op mijn bevel de gaskamers ingedreven. Mijn troepen hebben meedogenloos bijna heel Europa veroverd. Mijn ideeën doen het nog erg goed. Jawel, Adolf is mijn naam.
    Dat ik daarmee alle licht doofde, was voor mij geen punt.
  • Ik vertegenwoordig een hele groep. Ik sta nog steeds niet alleen: ik ben een Stalin, een Pinochet, een Saddam Hoessein. Macht is voor mij leven. Zonder macht ben ik weerloos, ten dode opgeschreven. Mijn macht is overleven. Nog steeds krijg ik waardige opvolgers, ze staan te trappelen van ongeduld.
    Dat wij daarmee alle licht doven, is voor ons geen punt.
  • Mijn naam is Madiba, lid van de Xhosa clan, telg uit de Thembu familie. Ik ben in verzet gekomen tegen de grote ongelijkheid in mijn land. Ik droomde van gelijkwaardigheid voor al mijn landgenoten. Ze hebben mij jarenlang opgesloten.
    Mijn andere naam is Nelson Mandela. Als president van Zuid-Afrika vocht ik voor verzoening; licht, verlichting brengen aan al mijn landgenoten; zwart, gekleurd en wit.

 

Lezing:

Drie levensvragen

De tsaar aller Russen bezat alles wat een mens zich maar wensen kon, maar hij wist niet waarvoor hij leefde. Drie vragen kwelden hem: Wat moet ik doen? Met welke mensen moet ik doen wat God van mij verlangt? Wanneer moet ik dat doen?

Na alle wijzen, alle geleerden te hebben geraadpleegd, hoorde hij over een boer, ergens ver weg, die hem misschien een bevredigend antwoord zou kunnen geven. De tsaar ging meteen op reis en na vele weken kwam hij op het land van de boer aan.
Deze keek nauwelijks op toen de tsaar zich tot hem richtte met zijn vragen. De boer gaf geen antwoord maar ging door met ploegen. De tsaar werd kwaad en zei: “Weet je wel tegen wie je spreekt? Ik ben de tsaar aller Russen.”. Maar ook dit maakte geen indruk op de boer, die doorging met zijn werk.
Plotseling kwam een zwaargewonde man het veld op gewankeld. Voor de ploeg viel hij neer. De boer zei tegen de tsaar: “Help mij deze gewonde naar mijn hut te dragen.” “Ik zal je helpen,” antwoordde de tsaar “maar geef je me dan antwoord op mijn vragen?”. “Straks” zei de boer, en samen brachten izj de man naar de hut en verbonden zijn wonden.
“Zeg je het me nu?” vroeg de tsaar. “Je kunt naar huis” zei de boer. “Je hebt de antwoorden gehad op je vragen: Wat moet ik doen? Wat op mijn weg komt. Met wie moet ik het doen? Met degenen die aanwezig zijn. Wanneer moet ik het doen? Op het moment dat het zich voordoet.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *